Maarten Altena
 
Foto Paul Koeleman
Foto Paul Koeleman

Grote biografie van Maarten Altena

Aanvankelijk schrijft Altena voornamelijk voor zijn eigen ensemble, maar ook (en steeds vaker) voor andere ensembles, solisten en orkesten.

Maarten Altena (1943) is werkzaam als onafhankelijk componist. Na het relatieve keurslijf van het Maarten Alten Ensemble laat Altena zich nu alleen nog leiden door zijn nieuwsgierigheid. Zoals hij het zelf formuleert: ‘Ik ben nu een freelance componist met een rijke ervaring, die het prettig vindt om samen te werken met allerlei soorten muzikanten, ensembles en orkesten. Er zijn altijd weer nieuwe ideeën over geluid, repertoire en mentaliteit. Altijd weer nieuwe ontdekkingen te doen. Mijn nieuwsgierigheid wordt erdoor geprikkeld en dat inspireert me.’ Om die reden is Altena’s repertoire veelzijdig. Zo componeerde hij sinds 2005 onder andere de dansvoorstelling Terts (2005) met dansgroep Leine & Roebana, Song Book (Words of Whitman) (2008) voor het Metropool Orkest en Claron Mc Fadden, Scattered Scenes (2008) voor het Amstel Quartet, Scrape, Scratch & Shake (2006) en Table Piece (2007) voor Slagwerk Den Haag, en De tapijtenweefster (2010) voor het Nederlands Blazers Ensemble, op tekst van Abdelkader Benali, zang Claron Mc Fadden en Mattijs van de Woerd, en Up and Up | Down and Out voor het ASKO|Schoenberg, op tekst van Tijs Goldschmidt. In november 2011 legde hij de laatste hand aan Slam, Pluck and Blow voor Ensemble Klang en in 2012 componeerde hij samen met Peter AdriaanszTwomb (slagwerk Den Haag). In 2013 volgden Green Horizon (voor Godelieve Schrama), Consort Music, een stuk voor 13 renaissanceblokfluiten (voor Royal Wind Music) en Seven Short Pieces voor blokfluiten.

Sinds 2012 werkt Altena aan een opera over de schaduw (voor Slagwerk Den Haag), op tekst van Frank Vande Veire (2012/2014), maar ondertussen zagen David's Koraal (2014) en Seven Short Pieces for String Quartet (2015) het daglicht. 

 

Altena werd geboren op 22 januari 1943 in Amsterdam. Na zijn contrabasstudie aan het  Amsterdams Conservatorium (1968) speelt hij in de meest uiteenlopende ensembles en ad-hocformaties in Nederland en het buitenland (o.a. met Willem Breuker, Theo Loevendie, Micha Mengelberg, in de Instant Composers Pool, in het Nederlands Ballet Orkest, bij de Volharding, in Derek Bailey’s Company en in Gunther Christmann’s Vario projecten).

Rond 1975 begint hij in en buiten Nederland soloconcerten te geven met eigen werk, deels geïmproviseerd, deels gecomponeerd. Zo brengt hij samen met mimespeler Teo Joling een aantal kleinschalige muziektheater voorstellingen uit (Ploink, Willem de Zwijger, Raffia en Conifeer) en maakt hij met Michel Waisvisz de serie ‘Avonden over Jazz’: satirische  programma's met een theatrale inslag waarin gasten als Hugh Davis en Steve Lacy hun opwachting maken. Daarnaast produceert hij samen met Waisvisz de legendarische Claxon Geluid Festivals, een reeks waarin verschillende muziek- en geluidsmakers op een voor die tijd  (1975-1980) ongebruikelijke wijze worden geprogrammeerd. In 1978 ontvangt Altena samen met Waisvisz de Wessel Ilckenprijs voor jazz en geïmproviseerde muziek.

Vanaf het moment dat Altena zijn eerste eigen ensemble formeert (het Maarten Altena Kwartet, in 1978, dat vervolgens in 1980 wordt uitgebreid tot het Maarten Altena Ensemble), is componeren een steeds grotere rol gaan spelen. In 1980 besluit Altena zijn kennis uit te breiden en te verdiepen, en neemt gedurende vijf jaar privé-lessen compositie bij Robert Heppener. Hij blijft weliswaar basspelen in zijn eigen groep (en organiseert samen met Huib Emmer en Michel Waisvisz van 1991 tot 1996 de Rumori-concertreeks), maar het componeren begint een steeds prominentere plaats in te nemen. In deze periode schrijft hij grote stukken als Open Plekken (1991) (op tekst van Remco Campert); Zig Zag (1993), een muziektheaterstuk in samenwerking met Mark Terstroet en Theatergroep Hollandia, gespeeld door het Maarten Altena Ensemble; Zijdelings Afgesproten (1996), een muziektheaterstuk voor Maarten Altena Ensemble en Theatergroep Discordia (op tekst van Frank Vande Veire); Mijlpaal er trilt iets (1998) voor het Maarten Altena Ensemble en Theatergroep Hollandia (op tekst van Remco Campert); La dolce ferita (2002) voor het Kassiopeia Quintet en het Maarten Altena Ensemble (op tekst van Torquato Tasso) en 1+ 1 = 11 (2003) voor Solex en het Maarten Altena Ensemble.

Vanaf 1997 speelt Altena zelf niet meer mee in het Maarten Altena Ensemble: de verschillende bezigheden zijn niet meer te combineren. Van nu af aan concentreert Altena zich op het componeren en is hij, zoals hij het zelf noemt, ‘muzikaal choreograaf’ van de groep. Zo organiseert hij, geleid door zijn afkeer van academische muziek, de Connections Series, een reeks programma’s rond telkens een andere muzikale, niet-academische grootheid. Adriaansz, Isidora, Padding, Termos, Van Bergeijk en vele anderen worden uitgenodigd stukken te schrijven die geïnspireerd zijn op en/of verwijzen naar muzikale eenlingen als Gesualdo, Satie, Thelonious Monk and Varèse. Wars van conventies organiseert Altena ook The American Connection, met meer jazzgerelateerde componisten als Anthony Braxton, John Zorn, Roscoe Mitchell and Butch Morris.

Aanvankelijk schrijft Altena voornamelijk voor zijn eigen ensemble, maar ook (en steeds vaker) voor andere ensembles, solisten en orkesten. In 2005 neemt hij afscheid als artistiek leider van het Maarten Altena Ensemble (dat als Ensemble MAE verder gaat) en is sindsdien werkzaam als onafhankelijk componist.